vrijdag 27 april 2018

Dag 8 – 26 april

7.15 uur – voor de eerste keer in deze acht dagen met opgestoken paraplu richting Casa Veni Vidi Venray.

8.46 uur – Erik komt alvast voorbereidingen treffen voor vanavond, als hij Tekeningen Ordeningen Patronen, zijn catalogus met recent werk, presenteert. Hij verklapt dat ie ook een performance gaat doen. Gelukkig weet ik op het nippertje te voorkomen dat hij daarover uitleg gaat verschaffen – zo blijft de spanning er voor mij inzitten. M’n verwachtingspatroon is hoog.

9.30 uur – Kris Wijnands van Hallo Venray komt langs voor een interview. Leuk gesprek, wel een aantal lastige (maar logische) vragen. Wat het grootste verschil is tussen Venray en Horst aan de Maas? Wat de grootste overeenkomst? Wat me hier het meest is opgevallen? Wat een Horst-sweet-Horst-achtige manier van naar de wereld kijken precies is? In de meeste gevallen moet ik Kris een eenduidig antwoord schuldig blijven. Het zou ook van pretenties getuigen om te denken dat je Venray binnen een week zou kunnen duiden – met Horst aan de Maas lukt me dat zelfs met een bagage van meer dan vijftig jaar al nauwelijks. Bovendien ontbreekt me hier de rust en de tijd om al m’n ervaringen te analyseren. Komt later wel, of misschien wel helemaal niet. Heb er alle vertrouwen in dat Kris er niettemin een boeiend artikel van zal weten te maken.

11.00 uur – maar weer eens een verkenningstocht door het buitengebied. Richting Heide, Veulen, Leunen ditmaal. Felle wind tegen, regen, hagel, zonneschijn. En overal stallen en andere bedrijfsgebouwen. En andere bedrijfsgebouwen en stallen. En stallen en andere bedrijfsgebouwen. En overal stinkt het.


Zó deprimerend, die vervuiling en totale agrarische industrialisering, waarin Venray niet verschilt van Horst aan de Maas. Ik word er helemaal moedeloos van. Wanneer stopt dit ooit? Stopt het ooit? Of gaat het net zo lang door totdat het complete buitengebied is vernacheld?

11.47 uur – aan het Volen in Heide fiets ik voorbij aan een paardenstal die – dacht ik – ooit was genomineerd voor de Venrayse architectuurprijs. Zó bijzonder vind ik ‘m nou ook weer niet. Eerder een gevalletje in het land der blinden is eenoog koning.


12.23 uur – tal van kapelletjes en kruisen met kruisbeelden in deze omgeving. De lengte van sommige lendendoeken doet vermoeden dat de gekruisigde heel wat heeft te verbergen.


14.33 uur – een man en vrouw treden Casa Veni Vidi Venray binnen. ‘U bent een heel andere Wim Moorman dan ik had gedacht’, zegt de vrouw. Ze had gehoopt haar voormalig collega (en míjn oom en naamgenoot) hier aan te treffen. Die tegenvaller is ze snel te boven. We raken in gesprek. Ze heet Marlies van Laarhoven, haar man Noud Kempen. Na eerst een aantal jaren Horst wonen ze nu al sinds 1972 in Venray, tegenwoordig in Landweert. Lange tijd met heel veel plezier, maar de laatste jaren zien ze de wijk een beetje achteruitgaan. Ze zijn het niet helemaal met me eens dat Venray misschien toch wel een stad is. We praten verder over mijn oom, over mijn ervaringen hier, over de Mussenbuurt in Horst en over hun tijd in Horst, die ze als zeer prettig hebben ervaren.

15.08 uur – Noud en Marlies zijn nauwelijks weg of een man komt binnen die gebiologeerd het boekenkunstwerk (ik blijf het zo noemen) bekijkt. ‘Ik ben verdomme m’n leesbril vergeten.’


Hij vraagt waar ik vandaan kom. ‘Oh, Horst! Ik heb ooit in de Mussenbuurt gewoond, in de Vinkenstraat.’ Hij heeft in een grijs verleden op de kunstacademie gezeten en is z’n interesse in kunst nooit kwijtgeraakt. Het werk aan de muur van Erik bevalt hem. Hij blijkt filmliefhebber. Of ik Tarkovski ken? Ja. Stalker ook? Nee, helaas niet. Una giornata particolare dan? Ja! Eén van mijn all-time favorieten! We blijven vervolgens een half uur aan de praat over films, kunst, taal, z’n vriendin en zijn en mijn leven in het algemeen. Ondertussen is ook de bezoekster van zondag voor wie ik het boek van Geronimo Stilton uit de stapel heb gevist, weer even langsgekomen. Met een bakje aardbeien van Jeuken uit Oostrum, om me nogmaals te bedanken. Ook de man die verdomme z’n leesbril is vergeten krijgt van haar een bakje. Ik wil niet meer weg uit Venray. Nooit meer.

17.00 uur – als tussendoortje fiets ik maar weer eens naar het Sint-Annaterrein, m’n favoriete plek hier. Jeanny van Lieshout heeft me dinsdag gewezen op twee kleine loodsen die ergens verscholen tussen de bomen staan. Of het nu nissenhutten of romneyloodsen zijn (het verschil tussen de twee is me ondanks diepgravend onderzoek nog steeds niet duidelijk) doet er niet toe: het zijn twee juweeltjes. Sanne Aben, met wie ik vorig jaar in Meterik WaaRomney, een eenmiddags kunstfestival in en om een romneyloods heb georganiseerd, is meteen te vinden voor het idee hier een keer een mini WaaRomney op touw te zetten.


18.00 uur – Riny Creemers, eigenares (landlady vind ik eigenlijk mooier) van mijn b&b, heeft me uitgenodigd voor een maaltijd. Riny woont alleen in het Henseniushuis sinds haar man Leo zes jaar geleden plotseling overleed. Haar prachtig ingerichte woning met overal kunst aan de muren draagt veel sporen van haar man. Leo was grafisch vormgever (en nog veel meer). Hij is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van Venray in de afgelopen decennia op kunstzinnig en cultureel vlak, zo heb ik de afgelopen week al uit tal van monden gehoord. Wat eten betreft heeft Riny flink uitgepakt: knolselderijsoep en daarna gegratineerde knolselderijpuree met brie, appelschijfjes en walnoten. Als toetje ijs met slagroom. Heerlijk!


We praten over mijn ervaringen hier, over Leo, over haar kinderen (zoon Ruben is ook kunstenaar) en over hoe het is om precies tussen twee koffieshops in te wonen (op zo nu en dan wat parkeerproblemen na helemaal niet zo verkeerd). Daarna neemt Riny me mee naar het Hol van de Leeuw. Dit is een vorig jaar ingericht deel van het Henseniushuis waar je – ik citeer de website – ‘kunt (samen-)werken, je ondernemerschap kunt ontplooien, nieuwe mensen kunt ontmoeten, dingen kunt uitproberen en je creativiteit de ruimte kunt geven’. Ook hier hangen de muren vol met kunstwerken, vooral van Ruben. In een aantal van deze werken brengt hij een eerbetoon aan z’n vader.


Onder meer enkele van diens gedichten zijn erin verwerkt.  


Het Hol van de Leeuw: uniek en indrukwekkend. Omdat de boekpresentatie van Erik inmiddels in aantocht is, neem ik weer afscheid van Riny, onder dankzegging voor het diner.

20.00 uur – Casa Veni vidi Venray is warempel helemaal volgelopen voor de presentatie van Tekeningen Ordeningen Patronen. Ik ben zeer vereerd dat Erik (van Maarschalkerwaard), die ik nu een kleine tien jaar ken, zijn catalogus met recent werk juist hier wil presenteren. Het wordt een geweldige avond, maar dat wist ik al op voorhand. Op zijn eigen onnavolgbare wijze maakt Erik van de presentatie een onvergetelijke performance, waarbij hij een wankele stapel boeken een meter verplaatst, boek voor boek. Bij elk boek dat hij in z’n handen neemt vertelt hij wat het voor hem heeft betekend of hij wijdt er een anekdote aan.


Het onderste boek van de stapel is het eerste exemplaar van z’n catalogus. Erik had het graag willen overhandigen aan de burgemeester van Venray of Horst aan de Maas. Beide zijn vanwege andere verplichtingen helaas verhinderd. Wat Erik op het typisch Erikiaanse idee heeft gebracht om onder de aanwezigen een tombola te organiseren. De eigenaar van het winnende nummer mag het eerste exemplaar in ontvangst nemen. En die winnaar is: Jan Duijf! (In dit geval de Jan Duijf die tot vijf dagen geleden uitbater was van café Cambrinus in Horst.)


Waarna het nog lang niet zo zeer onrustig als wel gezellig blijft in Casa Veni vidi Venray.

woensdag 25 april 2018

Dag 7 – 25 april

7.30 uur – in Casa Veni vidi Venray. Werken aan teksten duurt natuurlijk toch weer langer dan gisteravond gedacht. Het besef dat lang niet alles gaat lukken dat ik me had voorgenomen is nu wel ingedaald. Geeft ook rust: laat me niet langer voortjagen door het idee dat ik nog een heel programma moet afwerken.

10.30 uur – met gezwinde spoed richting ‘t Brukske, in de hoop dat het me nu wel lukt het kunstwerk op te sporen waar Roel het gisterochtend over had en dat ooit voor de schouwburg stond. Gelukkig heeft Gé me gisteravond zó’n gedetailleerde aanwijzingen gegeven dat ik het haast niet kan missen. En inderdaad, weggestopt achter een hoge flat vind ik het. Wéér een missie volbracht. (Over het werk zelf en wat daarmee samenhangt schrijf ik een dezer dagen nog een apart stukje.)


10.55 uur – ‘t Brukske heeft, weet ik, een slechte naam. Ik vind het er heerlijk. Landweert had maandag al veel te bieden, maar ‘t Brukske nog veel meer. Zoals een boekenruilkast:


Al staat het wat paternalistische toontje waarmee Wonen Limburg dit omkleedt, me enigszins tegen: ‘Het is een nieuwe manier van “delen”. Deze ontwikkeling past goed in onze tijd: mensen hebben door de crisis minder te besteden en zijn bereid meer met elkaar te delen.’        

11.05 uur – ‘t Brukske is ook een opvallend groene wijk: tal van speeltuintjes, trapveldjes en speel- en ligweides. Een bank van pallets doet me zelfs vermoeden dat de Horster palletkunstenaar Micky Verhaeg zich buiten de gemeentegrenzen heeft gewaagd (wat bij navraag niet het geval blijkt te zijn):


En voor liefhebbers van olifantenpaadjes is ‘t Brukske helemaal het nec plus ultra.


11.17 uur – met grote stappen komt ie op me afgebeend. Al van een afstandje begint ie te roepen. ‘Hé, chef! Wat ben je aan het doen, man? Je bent zomaar foto’s aan het maken! Wat is je bedoeling? Ben je soms helemaal gek geworden?’ Als ik nu ga zeggen dat ik foto’s maak van olifantenpaadjes, ziet hij daar ongetwijfeld een bevestiging in van z’n vermoeden dat ik gek ben geworden. Ik besluit toch een poging te wagen. Tevergeefs natuurlijk. Ach ja, zó bijzonder was dit olifantenpaadje nou ook weer niet. En het gebeurt me niet elke dag dat ik met ‘chef’ wordt aangesproken.

11.30 uur – richting Leunen. Het buitengebied oogt hier identiek aan dat van Horst aan de Maas: lelijke grote schuren en stallen, hier neergeplempt zonder oog voor de omgeving. Het alomtegenwoordige landbouwplastic draagt verder bij aan het rommelige totaalbeeld.

12.25 – bij het perceel achter de kerk in Leunen waar een aantal werken van beeldhouwer Gussen Wie (Louis Claessens) staan opgesteld. Ben hier al eens eerder geweest. Hoe lovenswaardig ik het initiatief ook vind, ik blijf me erover verbazen dat de werken verscholen staan achter dennenbomen. Het zal ongetwijfeld een reden hebben – ik vraag me alleen af welke.


15.07 uur – een vrouw treedt Casa Veni vidi Venray binnen in de verwachting dat het een winkel is. Ik help haar uit de droom. We raken aan de praat. Ze heet Elly Staaks. ‘Uut d’n Boschhuuze.’ De ‘levventige kant’ welteverstaan. Elly vertelt hoe geweldig het was om als kind in Boschhuizen op te groeien, met de onafzienbare bossen als achtertuin. Het gehucht was even klein als hecht, iedereen stond altijd voor elkaar klaar. Ik zie m’n kans schoon om meer aan de weet te komen over Lull. Lull? ‘Als we vanuit d’n Boschhuuze, door sommigen afgekort tot bh, richting Lull fietsten, kwam ’t Brukske al in zicht. Waar Lull precies ligt? Tussen Billen Hannes en Naeje Pat. Heis Petran woonde daar precies tussenin. Als je de Spurkterdijk helemaal afrijdt kom je precies bij Billen Hannes uit.’ Ook Pollen Bert passeert nog de revue.

15.24 uur - Ivonne Voigt, m'n eetmaatje van afgelopen zondag, jomt even binnenlopen. Zoon Mikai is helemaal ondersteboven als hij hier een foto van 'zijn'gele bank ziet hangen. Dochter Nora wordt niet vrolijk van de foto van sportpark De Vloet in Merselo: 'Daar verliezen we altijd met voetballen.'

15.43 uur – een volgende bezoeker is vooral geïnteresseerd in het boekenkunstwerk van Erik. Al mag ik het van hem (‘verwoed lezer’) geen kunstwerk noemen, daarvoor is het te snel in elkaar geflanst en had het veel strakker moeten worden vormgegeven. Ik probeer ‘m aan de hand van het ‘latjeskunstwerk’, dat aan de muur achter mijn werktafel hier hangt, duidelijk te maken dat Erik niet iemand is die zomaar iets in elkaar flanst. Ik geloof niet dat ik ‘m weet te overtuigen.


(Overigens is ‘boekenkunstwerk’ een etiket dat ík op de installatie heb geplakt, Erik zou dat zelf nooit doen en op z’n minst een veel originelere naam hebben bedacht. Vermoedelijk iets à la ST 76bis 2.)

17.30 uur – fiets richting de Brabander, een nieuwe wijk die me niet echt kan bekoren. Te aangeharkt. M’n humeur wordt er niet beter op als ik weer eens een kunstwerk, ditmaal van Gussen Wie, niet kan vinden. Ook al een repeterend patroon.

18.15 uur – Jan Thijssen komt me ophalen voor een eetafspraak. Jan Thijssen? U weet wel, die man die me gistermiddag is komen verblijden met een vlaaitje. Broccolisoep, bonenschotel met rijst en yoghurt met verse aardbeien. Ik vraag me deze week vaak af waaraan ik het toch allemaal te danken heb.


Jan woont al een kwart eeuw met veel plezier in Landweert. Een wijk met, zo vertelt hij, bewoners van vele verschillende nationaliteiten. Verschil met (de binnenring van) ‘t Brukske, aldus Jan, is dat die verschillende nationaliteiten hier over de hele wijk zijn verspreid. We praten onder meer over de Venrayse burgemeesters die hij heeft gekend, over het genoegen dat valt te beleven aan ogenschijnlijk oninteressante dingen en over het schrijven van artikelen en columns en de reacties daarop.

20.00 uur – Jan zet me weer af bij Casa Veni vidi Venray. Waar ik nog twee uur werk aan dit verslag. De tweede Champions League-avond op rij die aan me voorbijgaat. Een zwaar offer. Maar verder zal je me niet horen klagen.

Stationsweg 120, Oostrum


120G – 120I – 120L – 120F – 120N – 120 – 120M – 120R – 120S – 120V – 120P – 120Q – 120E

bus – geen bus – bus – bus – bus – geen bus – bus – geen bus – bus – bus – bus – bus – bus

zwart – [leeg] – groen – grijs – wit – [leeg] – wit – [leeg] – grijs – wit – wit – wit – grijs

slot links – slot links – slot links – slot midden – slot links – slot midden – slot midden – slot links – slot links – slot links

[ja ja] – nee nee – [ja ja] – nee nee – nee nee – [ja ja] – nee nee – [ja ja] – nee nee – nee nee

Avondprogramma

Helaas, helaas loopt Veni vidi Venray alweer op z’n einde. Maar met de finish in zicht wordt de intensiteit van het programma nog eens even flink opgevoerd. Op donderdag, vrijdag en zaterdag is Casa Veni vidi Venray (Schoutenstraatje 15) tussen 14.00 en 16.00 uur open voor publiek. Te zien zijn dagelijks meer foto’s en verslagen van dit project. Zaterdagmiddag wil ik het nogmaals proberen met een Stoomcursus Verlorenwieldoprechtopzetten. Deelnemers zullen voortaan altijd met andere ogen naar verloren wieldoppen kijken. Aanvang 16.30 uur, start bij de portiersloge op het Sint-Annaterrein (Sint-Annalaan), deelname gratis, aanmelding niet nodig.


En dan is er op donderdag, vrijdag en zaterdag ook nog een spetterend avondprogramma. Telkens vanaf 20.00 uur en telkens is de toegang gratis. Donderdag komt Erik van Maarschalkerwaard, kunstenaar uit Tienray, voormalig inwoner van Leunen en Venray en maker van het boekenkunstwerk in de etalage van Casa Veni vidi Venray, zijn publicatie Tekeningen Ordeningen Patronen presenteren.


Vrijdag is Jan Philipsen, voormalig bassist van Rowwen Hèze, te gast. Gevraagd naar wat hij zal doen, reageerde Jan kort en bondig: ‘Ik doe een voordracht over een Boom. Van boom tot kameel.’ Ondertekend met ‘Jan unne Pilse’.


Zaterdagavond is het podium voor fotograaf Jan Dirk van der Burg uit Amsterdam. Hij verwierf landelijke bekendheid met een boek over olifantenpaadjes en heeft een vaste rubriek in De Volkskrant. Op mijn vraag naar zijn bijdrage aan deze avond reageerde Jan Dirk als volgt (houd u vast):

Als het “te dol” is voor de doelgroep moet je het maar aangeven maar zelf dacht ik het volgende te gaan doen:



**Morning Glory** -
Een sexshow om U tegen te zeggen

Fotograaf Jan Dirk van der Burg blikt terug op zijn sex-periode (2016 – 2018) die hand in hand ging met een premature midlifecrisis. Maar het resultaat mag er wezen! Een uur infotainment door middel van een frisse duik in het bad van de erotiek. De mooiste recensies van teleurgestelde hoerenlopers, een analyse van “de witte sok”, een fenomeen dat immer op gespannen voet leeft met een potentieel seksueel verlangen én wat zijn radiator-hoeren eigenlijk?
Kortom een warm avondje in Venray!

Te dol voor de doelgroep? Dacht het niet!

dinsdag 24 april 2018

Dag 6 – 24 april

6.15 uur – steeds vroeger op omdat ik steeds meer het gevoel krijg dat ik achter de feiten aanhol. Van alles dat ik wilde zien en doen in Venray heb ik naar schatting nog niet eens een kwart gerealiseerd. Terwijl de helft van m’n verblijf hier er toch alweer opzit. Tot m’n grote spijt, ik had vooraf nooit kunnen denken dat het zó fijn is om in Venray te zijn.

8.30 uur – Roel Sanders komt, min of meer toevallig, langs in Casa Veni vidi Venray. Roel komt uit Horst en is beeldend kunstenaar. We praten over mijn ervaringen hier en over kunstwerken in Venray. Ik zeg dat vanaf het begin een van mijn doelstellingen was om een top 5 van Gussen Wie-kunstwerken te maken, maar dat ik me nu afvraag of het nog wel zover zal komen. Daarop vraagt Roel me of ik het kunstwerk ken dat ooit voor de schouwburg stond en dat in de verte wel enige verwantschap met dat van Gussen Wie heeft. Nee, ken ik niet. Waar staat het nu dan? Ergens verstopt bij een school in ’t Brukske, aldus Roel. Ik moet het volgens hem beslist gaan bekijken.

11.15 uur – Jeanny van Lieshout komt me ophalen voor een wandeling. Zoals met veel anderen die ik hier spreek: we weten van elkaar wie we zijn, maar hebben elkaar nooit gesproken. Jeanny is kunstenares. Ze is Horsterse van geboorte maar er al een jaar of veertig geleden vertrokken. Ze heeft in Maastricht en Geijsteren gewoond en gewerkt en doet hetzelfde nu al jaren in Venray. We wandelen richting het Sint-Annaterrein, waar ze haar atelier heeft. Onderweg vertelt ze over haar leven en laat ze me enkele bijzondere plekken zien. Zoals de Lourdesgrot aan de Sint-Jozefweg, die ze regelmatig bezoekt. Jeanny begroet beheerder Herman Elbers, die z’n ongenoegen uit over het feit dat Bernadette (zeventig kilo!) onlangs is weggehaald.


Tot z’n grote opluchting is het beeld weer teruggevonden: het stond ergens op een rotonde enkele honderden meters verderop. Voor de zekerheid heeft hij Maria nu maar aan de ketting gelegd.


Op de Overloonseweg wijst Jeanny me op een aantal felgekleurde houten woningen. Net als Jeanny vind ik ze prachtig. Of ik weet wat het zijn? Nee dus. Woonwagenbewonerswoningen! Fantastisch! Waarom weet ik dit niet? Waarom krijgt dit geen navolging, bijvoorbeeld in Horst aan de Maas?


Op het Sint-Annaterrein treuren we om de teloorgang van een aantal gebouwen. Jeanny hoopt dat in elk geval de schouwburg behouden blijft. Ik kan het alleen maar met haar eens zijn. De Dr. Poelsschool is mooi en een exponent van z’n tijd, maar als ik moest kiezen tussen de Dr. Poelsschool en de schouwburg op het Sint-Annaterrein wist ik het wel: de school is bijzonder, de schouwburg uniek. Uiteindelijk belanden we in het hoofdgebouw, waar Jeanny sinds oktober haar atelier heeft. Voor hoe lang weet ze niet. Wat ze wel weet, is dat ze nooit meer zoiets moois en goeds als dit zal krijgen. Het atelier en de aanpalende ruimtes zijn tegelijkertijd een museum.


Ze neemt ruim de tijd om de achtergrond van een aantal werken en haar werkwijze te schetsen. Speciaal voor mij heeft ze een aantal van haar vrouwenportretten op de vloer uitgelegd.


De verleiding is groot om hier alle foto’s te tonen die ik heb gemaakt, maar ik beperk me tot een (slechte) foto van dit prachtige werk dat de lichtinval van de glas-in-loodramen van de Sint-Lambertuskerk in Horst weergeeft:


Ik voel me vereerd en bevoorrecht. Tegelijkertijd voel ik me ook schuldig, want ik doe haar groot onrecht door hier slechts een paar regels te wijden aan haar werk en aan deze bijzondere ontmoeting. Daarom beloof ik haar na dit project nog een keer terug te komen voor een langer gesprek, waarvan ik dan ook uitvoeriger verslag zal doen, bijvoorbeeld op Horst-sweet-Horst. Wordt het trouwens niet tijd voor een Jeanny van Lieshout-overzichtstentoonstelling?

13.30 uur – Teruglopend naar Casa Veni vidi Venray bedenk ik me maar weer eens hoe geweldig het is wat ik hier allemaal meemaak.

15.15 uur – Jan Thijssen op bezoek in Casa Veni vidi Venray. Ook Jan is Horstenaar van geboorte en ook hij is er al meer dan veertig jaar uit weg. Hij is kastelein geweest, maar schrijft nu vooral. Over het Sint-Annaterrein is Jan pessimistisch gestemd: hij vreest de komst van een slagboom en een groot hekwerk. Ik vraag Jan hoe trots Venray eigenlijk is op z’n gehucht met de naam Lull. Trots? Venray lijkt zich er eerder voor te schamen, aldus Jan. Typerend: overal hangen de bruine straatnaambordjes waarop de historische naam van een straat of weg is weergegeven goed in het zicht. Alleen dat van de Lullse Steegh hangt op een onmogelijke plaats. Jan heeft overigens een vlaaitje voor me meegenomen. Een zeer welkome geste nu ik de overheerlijke kersenkruimelvlaai van bakkerij Gerards-Steeghs een week moet missen.

16.30 uur – als Jan weg is, spring ik meteen op de fiets, op zoek naar het bordje van de Lullse Steegh. Jan heeft gelijk: het hangt hoog verstopt aan de voorgevel van restaurant Anno ’54. Hebben ze in Venray iets dat ze nergens anders hebben, schamen ze zich ervoor. Rrrraaarrr.


16.45 uur – mijn fietstocht voert me van Oostrum richting ’t Brukske. Hoe ik ook zoek naar het kunstwerk waar Roel het vanochtend over had, ik kan het niet vinden. Het zal verdorie toch niet nog verder zijn weggemoffeld? Bij Jumbo doe ik wat inkopen, onder meer enkele mini roze koeken (nostalgie speelt op: in het winkeltje naast Boschveld – eerder een luikje eigenlijk – verkocht de vrouw wier gezicht ik nog kan uittekenen, roze koeken). De caissière vraagt of ik die lekker vind. ‘Ik denk het wel. En jij?’ ‘Ik denk het ook.’ ‘Wil je er misschien één?’ ‘Nee, hoeft niet’, zegt ze lachend.

18.30 uur – terug in Casa Veni vidi Venray. Gé Peeters komt op bezoek. Gé is al zo ongeveer m’n hele leven een (voetbal)vriend. Hij heeft negen jaar in Venlo gewoond, ik schat ongeveer 25 jaar in Horst en woont nu sinds ongeveer (sorry Gé, ben de precieze aantallen vergeten) twintig jaar in Venray (Brukske – ‘Buitenring schijn je er dan bij te moeten zeggen’). Hij is docent aan Dendron in Horst, maar heeft ook een lang verleden als onderwijzer in Venray. Een ervaringsdeskundige bij uitstek dus om de verschillen tussen Venray en Horst aan de Maas te duiden. Hij heeft zich terdege voorbereid op dit gesprek. Zo heeft hij in familiaire kring de meningen gepeild. Dochter Imke: ‘In Venray onweert het niet zo vaak als in Horst.’ Zoon Sjoert: ‘Horst is mooier. Je komt meteen bij dat bos en dat kasteel.’ Echtgenote Nicole: ‘In Horst is meer gemeenschapszin. Men is er eerder bereid zichzelf weg te cijferen voor een gemeenschappelijk doel. In Venray heeft iedereen meer z’n eigen belangetjes.’ Gé zelf: ‘In Venray heerst inderdaad meer een ik-cultuur.’ Waarschijnlijk om te voorkomen dat de familie Peeters, met uitzondering van Imke, na deze uitspraken op staande voet wordt verbannen uit Venray, komt Gé ook met positiefs: ‘Peel en Maas! Wat mis ik dát in Horst. Zó goed geïnformeerd. En niet alleen ditjes en datjes, nee, ook veel aandacht voor de plaatselijke politiek. Peel en Maas is voor mij echt een middel om me betrokken te houden bij Venray.’ Ook over de Venrayse trapveldjes is Gé zeer te spreken (kom ik nog een keer op terug in een apart stukje).


Er komt veel te veel aan de orde om hier allemaal in detail weer te geven. Een greep: de verschillen tussen binnen- en buitenring van ’t Brukske, de grotere mondigheid van leerlingen in Venray, het stedelijke karakter van Venray, de positie van het dialect (In Horst veel sterker dan in Venray).

20.30 uur – Gé vertrekt, Liverpool – Roma wacht. Zou ik zelf ook maar wat graag willen zien. Besluit toch te gaan werken aan dit verslag, anders zit ik morgenochtend weer veel te lang te schrijven. En ik wil er nu eindelijk wel eens echt op uit!

22.45 uur – terug in m’n b&b. Waar ik een mini roze koek nuttig. Ik moet de caissière van Jumbo in ‘t Brukske teleurstellen: tegenvaller, mier- en mierzoet.

Dag 5 – 23 april

7.45 uur – in Casa Veni vidi Venray. Vijfde dag alweer. Time flies ook hier when you’re having fun. Van m’n voornemen om snel teksten te schrijven zodat ik meer tijd heb om op pad te gaan, komt voor de vijfde dag op rij niets terecht.

11.00 uur – na wéér een snelfotobestelling bij Hema – de documentatiewand begint zo langzamerhand aardig gevuld te raken –


begeef ik me richting Landweert. Zie er een beetje tegenop: heb hier ooit bij iemand een boek moeten bezorgen en ben toen tot m’n grote ergernis hopeloos verdwaald in de spaghettiachtige structuur van straten die deze wijk (‘stadsdeel’ zullen ze het hier waarschijnlijk noemen) kenmerkt. Ditmaal gaat het aanmerkelijk beter, waarbij uiteraard meespeelt dat ik nu geen specifiek doel voor ogen heb. Ontdek dat Landweert behalve uit héél veel asfalt en héél veel stenen toch ook uit het nodige groen bestaat. En trapveldjes en speeltuintjes te over. Te voet of op de fiets beleef je zo’n wijk heel anders dan in de auto. Ik weet wel wat ik aangenamer vind. Landweert blijkt zelfs een fietsrotonde te hebben – kom daar maar eens om bij ons in Horst aan de Maas.


13.30 uur – terug in Casa Veni vidi Venray, waar ik al snel twee bezoeksters uit Holthees mag begroeten.

14.45 uur – de bezoekster van gistermiddag komt melden dat het boek van Geronimo Stilton dat ik voor haar uit het boekenkunstwerk van Erik heb gevist, helemaal in goede aarde is gevallen bij het meisje dat ze ermee heeft verblijd. Het meisje had gevraagd van wie de bezoekster het boek had gekregen. Waarop ze had geantwoord: ‘Van een heel lieve man.’ Mijn dag kan niet meer stuk.

15.30 uur – alweer aanloop, het kan niet op vandaag! Ingrid Koenen (galeriehoudster in Horst, woonachtig in Geijsteren) met dochter. We praten over mijn verblijf hier, over vluchtelingen in Venray en Horst aan de Maas, over ’t Brukske, over verschillen tussen de culturele elite in Venray en die in Horst. En over het Schoutenstraatje, dat ook volgens Ingrid wel een flinke impuls kan gebruiken. Ingrid kondigde zaterdag in het Odapark aan dat ze me zou meenemen naar café De Klokkenluider om me in contact te brengen met ‘echte’ Venraynaren.


Ze komt daar nu op terug: ze heeft het idee dat ze me daar geen groot plezier mee zou doen. Waar ze niet geheel ongelijk in heeft. Nu ik een aantal dagen hier ben, merk ik bovendien dat het lastig is om in korte gesprekjes boven de gebruikelijke clichés over Venray en Horst aan de Maas uit te stijgen. Verschillen en overeenkomsten tussen Venray en Horst aan de Maas aan het licht brengen, vergt diepgaander onderzoek.

17.00 uur – fietstochtje richting Veltum. Nooit geweten dat daar zoveel flats fraai verborgen in het groen staan. En wat een fenomenale rij garageboxen aan de Weverstraat!


Ik verplicht mezelf er nog een keer terug te keren om ze stuk voor stuk te fotograferen.

18.00 uur – alweer terug in Casa Veni vidi Venray om m’n fiets te parkeren en ergens iets te gaan eten. Dan loopt Jacqueline Hanssen binnen. Ik heb haar nooit gesproken, maar zij weet wie ik ben en ik weet wie zij is: kunstenares, woonachtig in Maashees, afkomstig uit Horst. Waar ze vijf jaar geleden samen met buurtbewoners een letterlijk en figuurlijk flonkerende troon heeft gemaakt.


Er ontstaat een geanimeerd gesprek. Jacqueline blijkt de nodige ervaring te hebben met het artist-in-residence-schap. Ze vertelt dat ze altijd eerst een paar dagen nodig heeft om te aarden. Herkenbaar. Duidelijk wordt verder dat we een voorliefde delen voor wieldoppen en miniatuurdieren en –figuren. Afstand doen van haar collecties vindt ze al net zo moeilijk als ik. En ook de vingers van Jacqueline jeuken om het Schoutenstraatje op te fleuren. We spreken af om binnenkort eens nader met elkaar kennis te maken.

18.30 uur – tijd voor een uitgebreide maaltijd is er niet meer. Dan maar naar Vette Perry? Zit om de hoek en is me de afgelopen dagen al door Jan en alleman aanbevolen. Ik begrijp nu waarom. Het woord ‘authentiek’ wordt heel vaak misbruikt. Maar als het érgens op van toepassing is, dan wel op Vette Perry. Meer zeg ik er niet over. Oordeel zelf maar een keer.


20.00 uur – Frank Schijven is te gast in Casa Veni vidi Venray, dat voor deze gelegenheid is volgelopen, vooral met Horstenaren. Frank heeft van tevoren aangekondigd dat hij vooral mij in het zonnetje wil zetten, door drie van zijn video’s te vertonen waarbij ik in verschillende rollen betrokken ben geweest (schrijver, acteur, chauffeur, gids). Ik ben weliswaar vereerd maar vooraf toch ook een beetje huiverig: een uitgebreid openbaar eerbetoon is niet iets waar ik erg naar uitkijk. Ook dit pakt weer heel anders uit dan gedacht. Frank legt de nadruk gelukkig waar ie hoort te liggen: op zijn video’s en hun boodschap. Vooral de even prachtige als verontrustende Fallen Angel (een aanklacht tegen de almaar oprukkende stallen en kassen in Horst aan de Maas) hakt erin. Na de vertoning van elk van de drie video’s gaat Frank telkens in gesprek met de aanwezigen. Nog zo’n fenomeen waarvan ik normaalgesproken geen groot liefhebber ben omdat het vaak iets verhevens heeft. Maar hier werkt het echt wonderwel. Ik maak het tenminste zelden mee dat op zo’n keukentafelmanier diepgaand en beargumenteerd over maatschappelijk relevante onderwerpen wordt gesproken en er ook nog naar elkaar wordt geluisterd. Opnieuw een mooie en indrukwekkende avond, met dank aan Frank.


23.30 uur – terug in m’n b&b. Realiseer me dat m’n wereld de afgelopen dagen wel heel klein is geworden. Van wat er buiten Venray gebeurt krijg ik niets mee. Heeft Horst aan de Maas al een nieuw college? Trump weer een dwaasheid begaan? Is de Derde Wereldoorlog uitgebroken? Ik heb er allemaal geen idee van.