zaterdag 28 april 2018

Dag 9 – 27 april

6.30 uur – in Hallo Venray lees ik dat de Venrayse politiek zich zorgen maakt om de ‘gevaarlijke rotonde’ tussen Oostsingel, Zuidsingel en Henri Dunantstraat. De veiligheid van fietsers zou er onvoldoende zijn gewaarborgd. Heb ik persoonlijk de afgelopen week niets van gemerkt. Als er in Venray iets beter is dan in Horst aan de Maas, dan zijn het wel de rotondes. Waar je in Horst aan de Maas bij de nadering van een rotonde steeds twijfelt of je als fietser nu wel of geen voorrang hebt, is het in Venray zo klaar als een klontje: fietsers genieten voorrang. Altijd en overal. (Het wachten is nu natuurlijk op een Venraynaar die me op dit punt gaat corrigeren.) Verder wordt me bij lezing van Hallo Venray duidelijk dat CDA’ers hier in hun stukjes al precies hetzelfde zalvende niets-aan-de-hand-toontje aanslaan als hun collega’s in Horst aan de Maas.

7.15 uur – drukte van belang als ik naar Casa Veni vidi Venray wandel: Koningsdag. Zie verschillende kinderen bezwijken onder het gewicht van de tassen waarin ze hun kindermarktspullen meezeulen.

10.30 uur – m’n schrijfwerk zit er voorlopig weer op. Tijd voor een fietsrondje. Eerst maar eens richting Veltum, om nogmaals foto’s te maken van de verscheidenheid in de eenheid van de garageboxen aan de Weverstraat. Om een werkelijk geslaagde serie te maken zou ik veel meer tijd moeten nemen en over veel betere apparatuur moeten beschikken.

10.48 uur – De Perdstal beroemt zich erop de beste pannenkoekenbakker van Limburg te hebben. Kon wel eens veranderen met de Horster kasteelboerderijpannenkoek in aantocht.  


10.58 uur – het buitengebied in de omgeving van Merselo oogt wat lieflijker dan dat van gisteren in de omgeving van Heide, Veulen en Leunen. Toch besluit ik m’n verkenningen van het Venrayse buitengebied vanaf nu te staken: de overeenkomsten tussen Venray en Horst aan de Maas zijn me te groot. De verschillen ontdekken vind ik interessanter. Ik weet inmiddels dat ik daarvoor in de eerste plaats in Venray zelf moet zijn en niet in het buitengebied.

11.15 uur – een van mijn grootste genoegens is het bezoeken van industrieterreinen op zon- en feestdagen, als ze nagenoeg verlaten zijn. Ook hier, op industrieterrein Smakterheide, in de omgeving van de Maasheseweg, is het volop genieten. Hoewel: het voormalige Inalfa-complex in staat van ontbinding zien doet me pijn.


Het zal toch niet op de schop gaan? Zou zonde zijn van zo’n karakteristiek voorbeeld van wederopbouwarchitectuur. Ik raak onder de indruk van het ritme van de gevels, van het gebrek aan opsmuk, van de overkragingen (als dat de juiste term is), van het het-is-niet-meer-dan-het-is.


Het gebouw heeft geen tierlantijntjes nodig, het heeft genoeg aan z’n soberheid om te imponeren.  


12.25 uur – op het Sint-Servaasterrein. Ik hoor livemuziek. Die klinkt zoals deze auto


(ongetwijfeld de muzikantenauto) oogt: bijzonder aanlokkelijk. Slechts met grote moeite weet ik de verleiding te weerstaan om hier halt te houden. Andere verplichtingen roepen.

12.40 uur – op het fietspad waar ik eerder deze week een graffito van het mannelijk geslachtsdeel met het bijschrift ‘Naailand’ aantrof, trekt nu een gemaltraiteerde lantaarnpaal m’n aandacht. Ik heb ‘m nooit in ongemaltraiteerde staat gezien, maar ik kan me niet voorstellen dat ie toen mooier was.


14.00 uur – de Venraynaren zijn te zeer in Koningsdagstemming om een bezoek te brengen aan Casa Veni vidi Venray. Komt me eerlijk gezegd wel goed uit omdat het me de kans biedt verder te schrijven en foto’s en teksten op te hangen. Zo langzamerhand dient zich wel een keuze aan waar ik al dagenlang tegenop zie: de wand waarop ik in woord en beeld verslag doe van m’n bevindingen is bijna vol – op welke van de overige wanden moet ik verdergaan? Nog maar eens een nachtje over slapen.

17.30 uur – eetafspraak thuis bij Mariëlle van der Beele, haar partner Peter van de Laar en zoon Jim (groep 3). Vrijdag is hun vaste fritesdag. Of dat geen bezwaar is, heeft Mariëlle me van tevoren gevraagd. Natuurlijk niet, ik eet wat de pot schaft, mits die vegetarisch is. In afwachting van de frites voetbal ik met Jim. Hij weet de spelregels steeds zo te veranderen dat hij uiteindelijk als winnaar uit de bus komt. Ik heb er vrede mee, ben nooit een winnaarstype geweest. Daarna frites van Vette Perry, met wederom een gekruide groentekroket.


Mariëlle werkt nu bij de Kunstwerkplaats en heeft in het verleden bij enkele woningbouwverenigingen gewerkt. Peter is medewerker leefbaarheid bij Wonen Limburg, eerst jarenlang in ’t Brukske, nu in Horst aan de Maas en Venlo. We spreken lang over ’t Brukske, waar Peter ook is opgegroeid. Jammer dat ik Peter pas ontmoet nu m’n verblijf in Venray op z’n eind loopt. Hij had me zonder enig probleem in contact kunnen brengen met enkele bewoners van de binnenring van de wijk – iets dat ik heel erg graag zou willen. Mensen uit Polen en de vraag hoe je hen meer bij de Nederlandse samenleving kunt betrekken zijn een ander gesprekspunt. Ook nu weer heb ik het gevoel dat we nog uren door zouden kunnen praten. Zó boeiend. We spreken af om elkaar na afloop van Veni Vidi Venray nogmaals te ontmoeten.

19.15 uur – terug in Casa Veni vidi Venray, waar Jan Philipsen de voorbereidingen treft voor zijn presentatie. Die gaat over een boom. Een eeuw geleden de enige boom in het verder kale Peellandschap waarin na de Tweede Wereldoorlog het dorp Evertsoord zal ontstaan. Dat maakte de boom zo bijzonder dat ie zelfs op topografische kaarten werd weergegeven.


In de werkelijkheid zag dat er zo uit:


Jan heeft deze foto uit 1939 tot in het kleinste detail geanalyseerd. Uit de kleding van de drie mannen op de voorgrond leidt hij af dat de foto op een zondag moet zijn gemaakt. En wel aan het eind van de middag, gezien de lange schaduwen. De hoogte van het graan (rogge) duidt op een dag ergens eind juli, begin augustus. In feite is de functie van het paaltje, enkele meters links naast de drie mannen, het enige vraagteken waar hij nog mee zit.


Verdere details over de voordracht van Jan ga ik hier niet precies uit de doeken doen, had u maar moeten komen luisteren. Ik kan u wel verklappen dat het een prachtige avond was: informatief, vol humor en discussie. En ook Nietzsche kwam nog even voorbij.   

22.45 uur – terug in mijn b&b waar ik kennismaak met Ruben, de zoon des huizes, en diens vriend Seth Hirdes. We praten nog bijna anderhalf uur over het kunstklimaat in Venray, over het Schoutenstraatje en over mijn verblijf hier in Venray. Ze hebben goede herinneringen aan Horst aan de Maas, de Horster meisjes en Heveco. In dat laatste zouden ze wel eens vrij alleen kunnen staan.

vrijdag 27 april 2018

Spelement

Roel Sanders maakte me dinsdag attent op Spelement, een kunstwerk dat ooit voor de schouwburg in Venray stond en dat nu volgens hem ergens was weggemoffeld bij een school in ‘t Brukske. Ik ging er diezelfde middag nog naar op zoek. Hoe ik ook zocht, ik kon het nergens vinden. ’s Avonds was Gé Peeters op bezoek in Casa Veni vidi Venray. Hij wist me duidelijk te maken dat ik het ’s middags bijna omver moest hebben gefietst – vermoedelijk was ik te zeer afgeleid door alle olifantenpaadjes in ’t Brukske. De volgende ochtend had ik het binnen de kortste keren gevonden.


Spelement bleek alle inspanningen die ik me ervoor had getroost meer dan waard. Het beton maakt het stoer, terwijl de frisse kleuren het tegelijkertijd ook heel speels maken. Voor mij is het met enige afstand het mooiste kunstwerk dat ik tot dusverre in Venray heb gezien (en ik heb er intussen al heel wat gehad).  


Op de fiets langs kunst, een gids met twee fietsroutes langs Venrayse kunstwerken, zegt over het uit 1972 daterende Spelement:
‘Dit veelkleurige betonnen kunstwerk is meer dan een kijkobject. Het is vooral een speel-, klim- en klauterobject. Een kunstzinnig speeltje. Het werd aan gemeente en burgerij geschonken door Bouwmij Janssen Venray bij het 25-jarig bestaan. Met rubberen tegels omringd stond het jarenlang voor het Cultureel Centrum, nu de Schouwburg.’

Toen ik woensdag berichtte over Spelement, leidde dat, vooral op Facebook, tot de nodige reacties. Ivonne Voigt:
‘Dat kunstwerk, daar konden we in een tussenuur (Boschveld) altijd lekker op zitten met een zak chips en blikje fris van de goedkope supermarkt tegenover.’
Véronique Jakobs:
‘Op spelen tijdens de carnaval, kermis, of gewoon als we in het dorp waren! Terugplaatsen!!!’
Roel Sanders:
‘Ik herinner het mij uit de tijd dat het nog voor de schouwburg stond. Een tijdje geleden wilde ik het gebruiken in een les kunstbeschouwing met kleuters van de Krokodaris, blijkt het zelfs op world wide web onvindbaar zijn. Herwaardering van dit kunstwerk lijkt mij op zijn plaats.’
Gé Peeters, jarenlang docent aan basisschool De Flierefluit, waar Spelement in 1987 naartoe werd verplaatst:
‘Ik ben er trots op dat ik waarschijnlijk de volwassene ben die het meest op dit kunstwerk heeft gezeten. En dan riep ik: “Let op Hakan, je wordt bijna getikt.” Of: “Dat is een goeie verstopplek, Tamara.” Of: “Je mag wel naast me zitten, Samira, maar blijf uit mijn zon!”’
Pieter Weerts dook een oud krantenbericht op:


Is het misschien een idee dat deze dames en heren eens de koppen bij elkaar steken om te bewerkstelligen dat Spelement ergens in Venray weer een plaats krijgt die het verdient?


Niet onbelangrijk is ten slotte dat er ook nog een Horster tintje aan Spelement zit: het is een werk van Daan Wildschut (1913-1995), die tien jaar van zijn jeugd in Horst doorbracht. Wildschut ontwierp in 1953 ook de twee vensters van de doopkapel in de Horster Sint-Lambertuskerk. Verder maakte hij zeventien gebrandschilderde ramen voor de raadszaal van het voormalige gemeentehuis aan de Steenstraat. Een beeldhouwwerk van zijn hand, De Barmhartige Samaritaan, kreeg in 1968 een plaats voor het toenmalige Sint-Antoniusziekenhuis. Dat is – overeenkomst met Spelement! – nu ergens weggemoffeld in Hof te Berkel.

Dag 8 – 26 april

7.15 uur – voor de eerste keer in deze acht dagen met opgestoken paraplu richting Casa Veni Vidi Venray.

8.46 uur – Erik komt alvast voorbereidingen treffen voor vanavond, als hij Tekeningen Ordeningen Patronen, zijn catalogus met recent werk, presenteert. Hij verklapt dat ie ook een performance gaat doen. Gelukkig weet ik op het nippertje te voorkomen dat hij daarover uitleg gaat verschaffen – zo blijft de spanning er voor mij inzitten. M’n verwachtingspatroon is hoog.

9.30 uur – Kris Wijnands van Hallo Venray komt langs voor een interview. Leuk gesprek, wel een aantal lastige (maar logische) vragen. Wat het grootste verschil is tussen Venray en Horst aan de Maas? Wat de grootste overeenkomst? Wat me hier het meest is opgevallen? Wat een Horst-sweet-Horst-achtige manier van naar de wereld kijken precies is? In de meeste gevallen moet ik Kris een eenduidig antwoord schuldig blijven. Het zou ook van pretenties getuigen om te denken dat je Venray binnen een week zou kunnen duiden – met Horst aan de Maas lukt me dat zelfs met een bagage van meer dan vijftig jaar al nauwelijks. Bovendien ontbreekt me hier de rust en de tijd om al m’n ervaringen te analyseren. Komt later wel, of misschien wel helemaal niet. Heb er alle vertrouwen in dat Kris er niettemin een boeiend artikel van zal weten te maken.

11.00 uur – maar weer eens een verkenningstocht door het buitengebied. Richting Heide, Veulen, Leunen ditmaal. Felle wind tegen, regen, hagel, zonneschijn. En overal stallen en andere bedrijfsgebouwen. En andere bedrijfsgebouwen en stallen. En stallen en andere bedrijfsgebouwen. En overal stinkt het.


Zó deprimerend, die vervuiling en totale agrarische industrialisering, waarin Venray niet verschilt van Horst aan de Maas. Ik word er helemaal moedeloos van. Wanneer stopt dit ooit? Stopt het ooit? Of gaat het net zo lang door totdat het complete buitengebied is vernacheld?

11.47 uur – aan het Volen in Heide fiets ik voorbij aan een paardenstal die – dacht ik – ooit was genomineerd voor de Venrayse architectuurprijs. Zó bijzonder vind ik ‘m nou ook weer niet. Eerder een gevalletje in het land der blinden is eenoog koning.


12.23 uur – tal van kapelletjes en kruisen met kruisbeelden in deze omgeving. De lengte van sommige lendendoeken doet vermoeden dat de gekruisigde heel wat heeft te verbergen.


14.33 uur – een man en vrouw treden Casa Veni Vidi Venray binnen. ‘U bent een heel andere Wim Moorman dan ik had gedacht’, zegt de vrouw. Ze had gehoopt haar voormalig collega (en míjn oom en naamgenoot) hier aan te treffen. Die tegenvaller is ze snel te boven. We raken in gesprek. Ze heet Marlies van Laarhoven, haar man Noud Kempen. Na eerst een aantal jaren Horst wonen ze nu al sinds 1972 in Venray, tegenwoordig in Landweert. Lange tijd met heel veel plezier, maar de laatste jaren zien ze de wijk een beetje achteruitgaan. Ze zijn het niet helemaal met me eens dat Venray misschien toch wel een stad is. We praten verder over mijn oom, over mijn ervaringen hier, over de Mussenbuurt in Horst en over hun tijd in Horst, die ze als zeer prettig hebben ervaren.

15.08 uur – Noud en Marlies zijn nauwelijks weg of een man komt binnen die gebiologeerd het boekenkunstwerk (ik blijf het zo noemen) bekijkt. ‘Ik ben verdomme m’n leesbril vergeten.’


Hij vraagt waar ik vandaan kom. ‘Oh, Horst! Ik heb ooit in de Mussenbuurt gewoond, in de Vinkenstraat.’ Hij heeft in een grijs verleden op de kunstacademie gezeten en is z’n interesse in kunst nooit kwijtgeraakt. Het werk aan de muur van Erik bevalt hem. Hij blijkt filmliefhebber. Of ik Tarkovski ken? Ja. Stalker ook? Nee, helaas niet. Una giornata particolare dan? Ja! Eén van mijn all-time favorieten! We blijven vervolgens een half uur aan de praat over films, kunst, taal, z’n vriendin en zijn en mijn leven in het algemeen. Ondertussen is ook de bezoekster van zondag voor wie ik het boek van Geronimo Stilton uit de stapel heb gevist, weer even langsgekomen. Met een bakje aardbeien van Jeuken uit Oostrum, om me nogmaals te bedanken. Ook de man die verdomme z’n leesbril is vergeten krijgt van haar een bakje. Ik wil niet meer weg uit Venray. Nooit meer.

17.00 uur – als tussendoortje fiets ik maar weer eens naar het Sint-Annaterrein, m’n favoriete plek hier. Jeanny van Lieshout heeft me dinsdag gewezen op twee kleine loodsen die ergens verscholen tussen de bomen staan. Of het nu nissenhutten of romneyloodsen zijn (het verschil tussen de twee is me ondanks diepgravend onderzoek nog steeds niet duidelijk) doet er niet toe: het zijn twee juweeltjes. Sanne Aben, met wie ik vorig jaar in Meterik WaaRomney, een eenmiddags kunstfestival in en om een romneyloods heb georganiseerd, is meteen te vinden voor het idee hier een keer een mini WaaRomney op touw te zetten.


18.00 uur – Riny Creemers, eigenares (landlady vind ik eigenlijk mooier) van mijn b&b, heeft me uitgenodigd voor een maaltijd. Riny woont alleen in het Henseniushuis sinds haar man Leo zes jaar geleden plotseling overleed. Haar prachtig ingerichte woning met overal kunst aan de muren draagt veel sporen van haar man. Leo was grafisch vormgever (en nog veel meer). Hij is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van Venray in de afgelopen decennia op kunstzinnig en cultureel vlak, zo heb ik de afgelopen week al uit tal van monden gehoord. Wat eten betreft heeft Riny flink uitgepakt: knolselderijsoep en daarna gegratineerde knolselderijpuree met brie, appelschijfjes en walnoten. Als toetje ijs met slagroom. Heerlijk!


We praten over mijn ervaringen hier, over Leo, over haar kinderen (zoon Ruben is ook kunstenaar) en over hoe het is om precies tussen twee koffieshops in te wonen (op zo nu en dan wat parkeerproblemen na helemaal niet zo verkeerd). Daarna neemt Riny me mee naar het Hol van de Leeuw. Dit is een vorig jaar ingericht deel van het Henseniushuis waar je – ik citeer de website – ‘kunt (samen-)werken, je ondernemerschap kunt ontplooien, nieuwe mensen kunt ontmoeten, dingen kunt uitproberen en je creativiteit de ruimte kunt geven’. Ook hier hangen de muren vol met kunstwerken, vooral van Ruben. In een aantal van deze werken brengt hij een eerbetoon aan z’n vader.


Onder meer enkele van diens gedichten zijn erin verwerkt.  


Het Hol van de Leeuw: uniek en indrukwekkend. Omdat de boekpresentatie van Erik inmiddels in aantocht is, neem ik weer afscheid van Riny, onder dankzegging voor het diner.

20.00 uur – Casa Veni vidi Venray is warempel helemaal volgelopen voor de presentatie van Tekeningen Ordeningen Patronen. Ik ben zeer vereerd dat Erik (van Maarschalkerwaard), die ik nu een kleine tien jaar ken, zijn catalogus met recent werk juist hier wil presenteren. Het wordt een geweldige avond, maar dat wist ik al op voorhand. Op zijn eigen onnavolgbare wijze maakt Erik van de presentatie een onvergetelijke performance, waarbij hij een wankele stapel boeken een meter verplaatst, boek voor boek. Bij elk boek dat hij in z’n handen neemt vertelt hij wat het voor hem heeft betekend of hij wijdt er een anekdote aan.


Het onderste boek van de stapel is het eerste exemplaar van z’n catalogus. Erik had het graag willen overhandigen aan de burgemeester van Venray of Horst aan de Maas. Beide zijn vanwege andere verplichtingen helaas verhinderd. Wat Erik op het typisch Erikiaanse idee heeft gebracht om onder de aanwezigen een tombola te organiseren. De eigenaar van het winnende nummer mag het eerste exemplaar in ontvangst nemen. En die winnaar is: Jan Duijf! (In dit geval de Jan Duijf die tot vijf dagen geleden uitbater was van café Cambrinus in Horst.)


Waarna het nog lang niet zo zeer onrustig als wel gezellig blijft in Casa Veni vidi Venray.

woensdag 25 april 2018

Dag 7 – 25 april

7.30 uur – in Casa Veni vidi Venray. Werken aan teksten duurt natuurlijk toch weer langer dan gisteravond gedacht. Het besef dat lang niet alles gaat lukken dat ik me had voorgenomen is nu wel ingedaald. Geeft ook rust: laat me niet langer voortjagen door het idee dat ik nog een heel programma moet afwerken.

10.30 uur – met gezwinde spoed richting ‘t Brukske, in de hoop dat het me nu wel lukt het kunstwerk op te sporen waar Roel het gisterochtend over had en dat ooit voor de schouwburg stond. Gelukkig heeft Gé me gisteravond zó’n gedetailleerde aanwijzingen gegeven dat ik het haast niet kan missen. En inderdaad, weggestopt achter een hoge flat vind ik het. Wéér een missie volbracht. (Over het werk zelf en wat daarmee samenhangt schrijf ik een dezer dagen nog een apart stukje.)


10.55 uur – ‘t Brukske heeft, weet ik, een slechte naam. Ik vind het er heerlijk. Landweert had maandag al veel te bieden, maar ‘t Brukske nog veel meer. Zoals een boekenruilkast:


Al staat het wat paternalistische toontje waarmee Wonen Limburg dit omkleedt, me enigszins tegen: ‘Het is een nieuwe manier van “delen”. Deze ontwikkeling past goed in onze tijd: mensen hebben door de crisis minder te besteden en zijn bereid meer met elkaar te delen.’        

11.05 uur – ‘t Brukske is ook een opvallend groene wijk: tal van speeltuintjes, trapveldjes en speel- en ligweides. Een bank van pallets doet me zelfs vermoeden dat de Horster palletkunstenaar Micky Verhaeg zich buiten de gemeentegrenzen heeft gewaagd (wat bij navraag niet het geval blijkt te zijn):


En voor liefhebbers van olifantenpaadjes is ‘t Brukske helemaal het nec plus ultra.


11.17 uur – met grote stappen komt ie op me afgebeend. Al van een afstandje begint ie te roepen. ‘Hé, chef! Wat ben je aan het doen, man? Je bent zomaar foto’s aan het maken! Wat is je bedoeling? Ben je soms helemaal gek geworden?’ Als ik nu ga zeggen dat ik foto’s maak van olifantenpaadjes, ziet hij daar ongetwijfeld een bevestiging in van z’n vermoeden dat ik gek ben geworden. Ik besluit toch een poging te wagen. Tevergeefs natuurlijk. Ach ja, zó bijzonder was dit olifantenpaadje nou ook weer niet. En het gebeurt me niet elke dag dat ik met ‘chef’ wordt aangesproken.

11.30 uur – richting Leunen. Het buitengebied oogt hier identiek aan dat van Horst aan de Maas: lelijke grote schuren en stallen, hier neergeplempt zonder oog voor de omgeving. Het alomtegenwoordige landbouwplastic draagt verder bij aan het rommelige totaalbeeld.

12.25 – bij het perceel achter de kerk in Leunen waar een aantal werken van beeldhouwer Gussen Wie (Louis Claessens) staan opgesteld. Ben hier al eens eerder geweest. Hoe lovenswaardig ik het initiatief ook vind, ik blijf me erover verbazen dat de werken verscholen staan achter dennenbomen. Het zal ongetwijfeld een reden hebben – ik vraag me alleen af welke.


15.07 uur – een vrouw treedt Casa Veni vidi Venray binnen in de verwachting dat het een winkel is. Ik help haar uit de droom. We raken aan de praat. Ze heet Elly Staaks. ‘Uut d’n Boschhuuze.’ De ‘levventige kant’ welteverstaan. Elly vertelt hoe geweldig het was om als kind in Boschhuizen op te groeien, met de onafzienbare bossen als achtertuin. Het gehucht was even klein als hecht, iedereen stond altijd voor elkaar klaar. Ik zie m’n kans schoon om meer aan de weet te komen over Lull. Lull? ‘Als we vanuit d’n Boschhuuze, door sommigen afgekort tot bh, richting Lull fietsten, kwam ’t Brukske al in zicht. Waar Lull precies ligt? Tussen Billen Hannes en Naeje Pat. Heis Petran woonde daar precies tussenin. Als je de Spurkterdijk helemaal afrijdt kom je precies bij Billen Hannes uit.’ Ook Pollen Bert passeert nog de revue.

15.24 uur - Ivonne Voigt, m'n eetmaatje van afgelopen zondag, jomt even binnenlopen. Zoon Mikai is helemaal ondersteboven als hij hier een foto van 'zijn'gele bank ziet hangen. Dochter Nora wordt niet vrolijk van de foto van sportpark De Vloet in Merselo: 'Daar verliezen we altijd met voetballen.'

15.43 uur – een volgende bezoeker is vooral geïnteresseerd in het boekenkunstwerk van Erik. Al mag ik het van hem (‘verwoed lezer’) geen kunstwerk noemen, daarvoor is het te snel in elkaar geflanst en had het veel strakker moeten worden vormgegeven. Ik probeer ‘m aan de hand van het ‘latjeskunstwerk’, dat aan de muur achter mijn werktafel hier hangt, duidelijk te maken dat Erik niet iemand is die zomaar iets in elkaar flanst. Ik geloof niet dat ik ‘m weet te overtuigen.


(Overigens is ‘boekenkunstwerk’ een etiket dat ík op de installatie heb geplakt, Erik zou dat zelf nooit doen en op z’n minst een veel originelere naam hebben bedacht. Vermoedelijk iets à la ST 76bis 2.)

17.30 uur – fiets richting de Brabander, een nieuwe wijk die me niet echt kan bekoren. Te aangeharkt. M’n humeur wordt er niet beter op als ik weer eens een kunstwerk, ditmaal van Gussen Wie, niet kan vinden. Ook al een repeterend patroon.

18.15 uur – Jan Thijssen komt me ophalen voor een eetafspraak. Jan Thijssen? U weet wel, die man die me gistermiddag is komen verblijden met een vlaaitje. Broccolisoep, bonenschotel met rijst en yoghurt met verse aardbeien. Ik vraag me deze week vaak af waaraan ik het toch allemaal te danken heb.


Jan woont al een kwart eeuw met veel plezier in Landweert. Een wijk met, zo vertelt hij, bewoners van vele verschillende nationaliteiten. Verschil met (de binnenring van) ‘t Brukske, aldus Jan, is dat die verschillende nationaliteiten hier over de hele wijk zijn verspreid. We praten onder meer over de Venrayse burgemeesters die hij heeft gekend, over het genoegen dat valt te beleven aan ogenschijnlijk oninteressante dingen en over het schrijven van artikelen en columns en de reacties daarop.

20.00 uur – Jan zet me weer af bij Casa Veni vidi Venray. Waar ik nog twee uur werk aan dit verslag. De tweede Champions League-avond op rij die aan me voorbijgaat. Een zwaar offer. Maar verder zal je me niet horen klagen.

Stationsweg 120, Oostrum


120G – 120I – 120L – 120F – 120N – 120 – 120M – 120R – 120S – 120V – 120P – 120Q – 120E

bus – geen bus – bus – bus – bus – geen bus – bus – geen bus – bus – bus – bus – bus – bus

zwart – [leeg] – groen – grijs – wit – [leeg] – wit – [leeg] – grijs – wit – wit – wit – grijs

slot links – slot links – slot links – slot midden – slot links – slot midden – slot midden – slot links – slot links – slot links

[ja ja] – nee nee – [ja ja] – nee nee – nee nee – [ja ja] – nee nee – [ja ja] – nee nee – nee nee

Avondprogramma

Helaas, helaas loopt Veni vidi Venray alweer op z’n einde. Maar met de finish in zicht wordt de intensiteit van het programma nog eens even flink opgevoerd. Op donderdag, vrijdag en zaterdag is Casa Veni vidi Venray (Schoutenstraatje 15) tussen 14.00 en 16.00 uur open voor publiek. Te zien zijn dagelijks meer foto’s en verslagen van dit project. Zaterdagmiddag wil ik het nogmaals proberen met een Stoomcursus Verlorenwieldoprechtopzetten. Deelnemers zullen voortaan altijd met andere ogen naar verloren wieldoppen kijken. Aanvang 16.30 uur, start bij de portiersloge op het Sint-Annaterrein (Sint-Annalaan), deelname gratis, aanmelding niet nodig.


En dan is er op donderdag, vrijdag en zaterdag ook nog een spetterend avondprogramma. Telkens vanaf 20.00 uur en telkens is de toegang gratis. Donderdag komt Erik van Maarschalkerwaard, kunstenaar uit Tienray, voormalig inwoner van Leunen en Venray en maker van het boekenkunstwerk in de etalage van Casa Veni vidi Venray, zijn publicatie Tekeningen Ordeningen Patronen presenteren.


Vrijdag is Jan Philipsen, voormalig bassist van Rowwen Hèze, te gast. Gevraagd naar wat hij zal doen, reageerde Jan kort en bondig: ‘Ik doe een voordracht over een Boom. Van boom tot kameel.’ Ondertekend met ‘Jan unne Pilse’.


Zaterdagavond is het podium voor fotograaf Jan Dirk van der Burg uit Amsterdam. Hij verwierf landelijke bekendheid met een boek over olifantenpaadjes en heeft een vaste rubriek in De Volkskrant. Op mijn vraag naar zijn bijdrage aan deze avond reageerde Jan Dirk als volgt (houd u vast):

Als het “te dol” is voor de doelgroep moet je het maar aangeven maar zelf dacht ik het volgende te gaan doen:



**Morning Glory** -
Een sexshow om U tegen te zeggen

Fotograaf Jan Dirk van der Burg blikt terug op zijn sex-periode (2016 – 2018) die hand in hand ging met een premature midlifecrisis. Maar het resultaat mag er wezen! Een uur infotainment door middel van een frisse duik in het bad van de erotiek. De mooiste recensies van teleurgestelde hoerenlopers, een analyse van “de witte sok”, een fenomeen dat immer op gespannen voet leeft met een potentieel seksueel verlangen én wat zijn radiator-hoeren eigenlijk?
Kortom een warm avondje in Venray!

Te dol voor de doelgroep? Dacht het niet!